Spreekstoel

Uit Auctoris
Versie door Cruor (overleg | bijdragen) op 22 apr 2008 om 18:07 (kuthond)
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Hij loog. Glashard. Hij loog op de ergste manier die mogelijk is. En daar verdiende hij zijn brood mee. Hij keek recht de camera in, een glimlach strak op zijn gezicht. Om hem heen, honderden mensen, die hem luidkeels citeerden en bij zijn naam noemden. En hij loog. Hij loog zoals alleen hij dat kon, en zoals het alleen in zijn vak mocht. Zijn gouden bergen waren noch goud, noch zilver, noch koper. Zijn gouden bergen waren amper ijzer.

Het maakte eigenlijk ook niet uit. Hij loog dan wel, maar iedereen wist het. Het was niet alsof ook maar iemand in de zaal ook maar echt dacht dat hij de waarheid sprak. Nou, ze dachten het misschien wel, maar diep vanbinnen wist iedereen dat hij uiteindelijk zou worden als wat ze verafschuwden. Maar, door de rode kleur van zijn shirt, en de stevige woorden tegen de gevestigde orde verzachtte hij de pijn. Hij bezoemde de mensen alles in wat ze wouden, maar hij loog. Ze hielden van hem. Hij was een leugenaar, maar hij was wel hun leugenaar.


Hij glimlachte. Hij had gelogen, zoals alleen hij het kon. En hij had gewonnen. Miljoenen mensen waren voor zijn Gouden Bergen gevallen, en nu zat hij op zijn eigen gouden berg. in plaats van alleen liegen voor een hoopje lompe boeren, kon hij nu pas écht liegen tegen mensen die er écht toe deden. Hij was benieuwd, of het net zo makkelijk zou zijn. Hij was bovenalles benieuwd, ofze terug zouden liegen, of ze de kunst van het liegen net zo goed zouden beheersen als hem. Maar hoe het ook liep, hij was er. Zijn leugens hadden hem naar het hoogste niveau getild, en nu had hij macht. Macht om alles tegen te houden wat er gebeurden, macht om alles toe te laten wat er gebeurde. Hij had wat hij zocht.

Zij waren euforisch. Hij had hun voorgelogen, En hij had het zo kundig gedaan dat ze niets vermoedden. Het zou nog tijden duren voordat ze, gedesillusioneerd, als schapen weer achter een andere leugenaar zouden aanlopen. Maar nu waren ze ze tevreden als ze konden zijn, met hun leugenaar. Hij had bereikt wat zij wilden dat hij zou bereiken. Hij zou hun verraden, al zijn principes overboord gooien en hun moeiteloos nog harder voorliegen dan hij eerst had gedaan. En ze vonden het geweldig.


Hij had gelogen. Het was een schande! Hoe had hij nou kunnen liegen?! Hij, die zo betrouwbaar was, die alles beloofde, die alles zou veranderen, die de wereld tot een prachtige plek zou maken. Hij snapte het niet. Hij had toch niet gelogen? Nee, hij had het allemaal goed bedoeld. Hij verzekerde hun, hij had niet gelogen. Maar hij loog weer. Hij had altijd al geweten dat hij loog, altijd al geweten dat hij het nooit zou kunnen. Maar zij hadden het toch ook geweten, dat hij loog. Hij snapte het niet. Was het niet de leugen die regeerde, was het niet hij die moest liegen om te overleven?

Aan deze pagina wordt nog gewerkt.