Het Boek

Uit Auctoris
Ga naar: navigatie, zoeken

Inleiding[bewerken]

Na een periode waarin mijn vrouw en ik zo uit elkaar waren gegroeid, dat op een gegeven moment ieder zich in een ander universum bevond, kwam het op een avond tot een plotselinge uitbarsting, waarop ik haar de deur uitgooide, met haar jas en tas (waar ik de huissleutels eerst uit verwijderde) erachteraan.

Zorgen maakte ik me niet over haar. ze beheerde toch al ons geld en ik wist dat ze zonder aarzelen de trein zou pakken naar V. waar haar moeder verschrikt, met de hand voor de mond, naar haar verhaal zou luisteren, terwijl haar vader, na zijn gehoorapparaat te hebben uitgezet, zich over zijn kruiswoordpuzzle zou hebben gebogen, met een half oog op het geheimzinnige, geluidloze ritueel dat zich op 3 meter afstand van zijn stoel af zou spelen, met anonieme dansers, in felvloekend gekleurde kledij rennend, springend en duikelend over een groene grasmat.

De volgende ochtend belde ik naar kantoor en vertelde de afdelingschef dat ik hoofdpijn had. Misschien dat ik 's middags nog zou komen, maar dat hij er maar niet op moest rekenen. Met een mok koffie als gezelschap liep ik de kamers van het huis door en maakte in gedachten de inventaris op.

Het inpakken kostte me de de hele dag. Eerst vulde ik alle koffers, tassen en zakken die ik kon vinden met haar kleding en hebbedingedatjes. Een paar keer lopen naar de supermarkt, waar de bananendozen speciaal voor mij neergelegd leken te zijn, werd afgesloten met de aanschaf van een krat bier en de benodigde rookwaren, waarna het inpakken echt begon.

Tegen een uur of half elf schonk ik me een glas whisky cola in, installeerde me op de bank en stak de brand in een met zorg gedraaide joint. Rokend en drinkend van de cocktail overzag ik de ontmantelde woonkamer. Lege kasten, dozen met weet ik wat.... de chaos was maar schijn. Alles in het huis was haarscherp verdeeld in drie categorieën:

  1. Haar spullen,
  2. mijn spullen
  3. onze spullen (deze met een niet onbelangrijke sub-categorie: betwiste goederen.)

Voor me op de salontafel lag het schrijfblok. Ik pakte het op, vouwde de kaft achterover en schreef bovenaan het eerste vel:

Het Verdeelspel.

waarna ik het twee keer onderstreepte.

Vreemd genoeg had ze me de hele dag niet gebeld Ik belde haar. Haar moeder nam op en na mijn begroeting draaide ik de telefoon weg van mijn oor en liet de eerste vragenstroom door de nogal hol klinkende kamer schetteren. Toen de woordenstroom wat afzwakte en in een vragende melodie eindigde, lukte het me haar wat te kalmeren en kreeg ik D. aan de lijn.

Hallo?

Dag D. Alles goed?

Nee natuurlijk niet. Wat wil je?

Niks hoor. alleen wil ik zeggen dat het afgelopen is. Ik wil je hier niet meer zien.

Het was allang voorbij.

Ja.

.... stilte ....

Hij... Ik ben meteen begonnen met opruimen. Al je spullen ehb ik ingepakt.

Zij: Over een heleboel dingen zullen we moeten praten.

Praten?

Ja natuurlijk, praten. Heb je al dingen ingepakt? Ik hewb kleren nodig. Wanneer kan ik die komen halen? Je hebt mijn sleutels afgepakt, klootzak!

(Dat had ze nog nooit tegen me gezegd)

Je spullen? Tja, (Het licht ging ineens op). Dan moet je wel snel zijn.

(een argwanende stilte.) Hoezo?

Tevreden trok ik aan de joint en maakte een virj geslaagde imitatie van een hartelijke schaterlach

Omdat ik ze net op straat gezet heb. Het is morgen grof vuil. Dus als je ze terug wilt hebben moet je verdomd snel zijn.

Zonder haar reactie af te wachten verbrak ik de verbinding.

Iets meer dan een uur later werd er gebeld. Ik liet D. en haar vader binnen en kalm observeerde ik de uitdrukking van D, waarin opluchting en verbazing om voorrang vochten. Haar vader liet het allemaal gelaten over zich heen gaan. Hij was allang blij dat ik in een goed humeur was en bij het weggaan, nadat de auto volgepropt was met spullen, gaf hij me een knipoog, gevolgd door een snelle blik naar zijn dochter. Ik gaf hem een hand. we groetten elkaar en toen reden ze weg. Hem ik nooit meer gezien. Het was een aardige man, die zich onder de terreur van vrouw en dochters had teruggetrokken in zijn eigen, geluidsarme wereld, gevuld met kruiswoordpuzzels, voetbal op televisie en zijn volière.


H1[bewerken]

De volgende dag reed ik vroeg naar mijn werk, ging aan mijn bureau zitten en schreef mijn ontslagbrief, die ik daarna persoonlijk bij Personeelszaken afleverde. Zonder een woord van afscheid aan mijn collega's of mijn chef verliet ik het kantoor om er nooit meer een voet te zetten. Klokslag negen uur was ik bij de bank. Ik nam al het geld op van mijn spaarrekening en de helft van onze gezamenlijke rekening en verliet het gebouw met genoeg geld om het er een tijd mee uit te zingen.



Dit verhaal wordt vervolgd... Spannend hè?

Aan deze pagina wordt nog gewerkt.

Deze pagina is Uitgelicht geweest.
19 mei 2008 tot 2 juni 2008.